Vliegend stel

14 mei, 2018 | Estafette-verhaal, Theo Kleeven | 1 reactie

Kom  we gaan, zegt de vrouw tegen haar man.  Ze opent de schuifpui en samen lopen ze naar buiten de tuin in. Waar gaan we heen?, vraagt de man.  Dat zien we wel  lieverd, en hup de vrouw begint te fladderen met haar armen en vliegt de lucht in. Wacht even, roept de man en meteen daarna vliegt hij haar achterna. Zo vliegen ze  samen in de lucht. Heerlijk niet ons kleine geheimpje dat kunnen vliegen. Ja  zegt de vrouw en het gaat zo makkelijk.

Kom laten we een stukje over de stad gaan vliegen of heb je meer zin om over de rivier te gaan. Nee, zegt de man, dat deden  we gisteren al,  doe  de stad maar. Zouden er binnenkort nog meer mensen achterkomen, dat je kunt vliegen net als wij dat doen, vraagt de vrouw een beetje zorgelijk. Ik hoop het niet zegt de man dan zijn we onze rust kwijt.

We kunnen nu letterlijk overal heen. We kunnen vliegen over ons eigen land maar ook ver weg naar het buitenland. We hebben geen vervoermiddel nodig. We zijn ons eigen vliegtuig. We sturen onszelf. We zijn onze eigen motor.
We hebben een grote keuze uit bestemmingen. We kunnen boodschappen gaan doen, onze vrienden en kennissen overal  ter wereld  bezoeken   en ook op vakantie gaan naar allerlei oorden. De heenreis en de terugreis zijn gratis.

We lijken in zekere zin wel op  Daedalus – een Grieks uitvinder en architect – en zijn zoon  Icarus. Deze twee figuren hebben een naam verworven in de Griekse mythologie als “vliegeniers.”
Daedalus moest  uit Athene vluchten omdat hij een neef, die tegelijkertijd leerling van hem was, had vermoord, omdat deze hem in zijn wetenschap door de ontdekking van de passer en de zaag had overtroefd. Beschuldigd van moord moest Daedalus uit Athene vluchten en dat deed hij samen met zijn zoon Icarus. Ze vluchtten samen naar Kreta  en  Daedalus kwam in dienst van koning Minos. Deze Minos had de zeegod Poseidon beledigd door een witte heilige stier, die de god hem had geschonken om aan hemzelf te offeren, te verwisselen met een grijze stier. Poseidon strafte Minos  door zijn vrouw te straffen  met zinsverbijstering. Zij werd hierdoor waanzinnig verliefd op die stier en Daedalus maakte voor haar een houten namaakkoe, die gemeenschap met de stier mogelijk maakte. Hieruit werd de “Minotaurus”,  een monster half mens en half stier, geboren. Ook ontwierp Daedalus in  opdracht  van Minos het labyrint  van Knossos, waarin de Minotaurus  gevangen  werd gehouden.

Daedalus en Icarus werden nu op Kreta door koning Minos gevangen gehouden, omdat deze het geheim van het labyrint  van Knossos niet wilde prijsgeven. Ontsnappen was voor hen onmogelijk, omdat Kreta een eiland was en omdat de havens streng werden bewaakt. Daedalus besloot daarom met zijn zoon Icarus via de lucht een ontsnapping te wagen. Er werden twee paar grote vogelvleugels van veren gebouwd  en deze werden met bijenwas  aan houten geraamtes bevestigd. Over de Aegeische Zee waagden beiden de oversteek van Kreta naar Athene. Icarus kreeg van zijn vader wel het strenge voorschrift de juiste vlieghoogte aan te houden. Niet te laag vliegen, want dan zouden de veren nat worden door het zeewater. Niet te hoog vliegen, want dan zou de was smelten door de zonnewarmte.

Icarus trok zich hiervan echter niets aan. Hij ging te hoog vliegen. De bijenwas smolt, de vleugels vielen uit elkaar en Icarus stortte  in zee en verdronk. Daedalus vond zijn zoon terug en begroef hem – volgens de traditie – op het eiland Ikara. Het gedeelte van de zee, waar Icarus terecht is gekomen, werd naar hem “Ikarische Zee “ genoemd (ergens  tussen  Klein-Azie en de Cycladen).

Waarom vertellen wij – als vliegend stel –  dit verhaal uit de Griekse mythologie? Omdat wij niet hoeven te vrezen, dat wij hetzelfde lot zullen ondergaan als Daedalus en Icarus. Wij zijn niet afhankelijk van vleugels en bijenwas. Wij vliegen met onze armen, zo lang wij willen en waarheen wij willen.

 

Theo  Kleeven

Uw commentaar verschijnt niet automatisch, maar wordt beoordeeld door de redactie…