Niet zonder ons

11 jan, 2016 | Jeroen van Werkhoven, Levensverhaal | 0 Reacties

Terwijl de oude trein nog vaart minderde, sprong ik met mijn plunjezak om mijn schouder met een boogje op het perron. De trein moest vol in de remmen, het spoor hield hier op. Mijn witte blouse bolde op in de wind en mijn halflange blonde haren werden uit mijn gezicht geblazen. De wind die zandkorreltjes van het strand met zich meedroeg, zandstraalde mijn ziel en mijn verzwaard gemoed. Terwijl ik over de boulevard flaneerde werd ik opgeslokt door het volle leven dat zich hier in de zuidpunt van Spanje afspeelde. De boulevard was druk bevolkt en de shops en boetieks deden goede zaken. In de surfshop liet ik een houten board door mijn handen glijden. Een wolk schoof voor de zon en verduisterde mijn gelaat. Als regen overviel mijn verdriet me. Alles gaat goed tot je 28e en dan breekt de pleuris uit. De dokter in het ziekenhuis die je aankijkt en dan zegt: “U heeft een joekel van een psychose meneer.” Weer bij zinnen bleef me die ontmoeting bij. Psychose, dat is toch voor mensen die in de war zijn? En het kan terugkomen. Langzaam begon mijn toekomstperspectief te verschuiven. Waren werk en carrière nog wel mogelijk? En een relatie en kinderen? Het duizelde me.

Ik kneep mijn ogen tot kleine spleetjes en twijfelde licht over de aankoop van het houten surfboard. Als je tien jaar niet op vakantie bent geweest dan speelt geld een minder grote rol. Ik rekende af bij een breed lachende Spanjaard. Die had me vast een poot uitgedraaid en ging vanavond natuurlijk stappen met de winst. Hij deed maar. Met het surfboard onder mijn arm liep ik het strand op.

“Wat jij hebt gehad was geen griepje”, zei de dokter ernstig. Hij kreeg gelijk. Het kwam terug en het weekte me los van ieder houvast dat ik ooit gehad had. Het kwam als een dief in de nacht en scheurde me los van de warmte van mijn dierbaren. Mijn baan was weg en mijn vriendin had liefde gevonden in de armen van een stabielere man.
Ik kwam in verzet tegen de stormen die woedden in mijn bestaan. Vol overgave gooide ik me op het uitgaansleven, meegaand in de house-scene die kort daarvoor was ontstaan. Doordeweeks maakte ik me zorgen maar in de weekenden was ik vrij.

Ik keek naar de golven en ik lachte mijn tanden bloot. De golven sloegen om en vormden een tunnel, die hoog genoeg was om in te kunnen staan. Een sensatie die ik lang niet niet meer gevoeld had, drong zich aan me op. Nieuwsgierig keek ik naar de andere surfers op het water. Ze peddelden op hun buik naar de branding toe die zich relatief ver van het strand af bevond. Niet veel later was ik één van hen, genietend van het deinen van mijn nieuwe board, genietend van de zilte lucht en het branden van de zon op mijn rug. Ik had lang niet gesurft maar de bewegingen voelden vertrouwd.

“70 procent van de mensen reageert hier goed op”, zei de dokter zacht terwijl hij me het recept voor een nieuw antipsychoticum in handen duwde.” De medicatie bracht rust in mijn lijf en in mijn hoofd, en ik kreeg weer overzicht in mijn leven. Ik vond de bouwstenen die ik nodig had voor een nieuw bestaan. Exit koophuis en hallo parttime baan. Al tijdens mijn eerste bezoek keek ik verliefd naar het kleine huisje in het rustige steegje in het centrum van Arnhem. Ik deinde mee op het ritme van mijn bestaan.

Toen de eerste golf me naar het strand droeg, slaakte ik oerkreten die beantwoord werden door
de andere surfers. Ik bleef in het water tot ik moeiteloos door de lastigste tunnels doorgleed.
Op het strand keek ik aarzelend naar het levendige tafereel. De babes in bikini en de jongens
in driekwarts surf short. Rond kleine kampvuurtjes en een grote geïmproviseerde barbecue stonden surfers ontspannen te praten. Ik herinnerde me de regels van mijn vroegere surf gang, en die waren nogal streng ten aanzien van vreemde surfers. Maar mijn surfboard bood uitkomst. Verschillende mensen keken bewonderend naar mijn houten longboard, ze kenden de specifieke surf eigenschappen van hout. Twee jongens maakten zich los uit de groep.
“Waar heb je je board gekocht?”, vroeg de één in gebroken Engels. Ik maakte een wuivend gebaar in de richting van de boulevard. Ik gaf ze mijn board en ze lieten hun handen over de fijne houtstructuur gaan. Ze tilden hem op en probeerden het gewicht te schatten. Toen wezen ze naar de kampvuurtjes. Ik volgde hen met knikkende knieën. Maar de mensen waren aardig en een gesprek kwam als vanzelf op gang. Langzaam voelde ik me lichter worden, langzaam kwam het denken wat ik zo goed kon, tot stilstand. Praten met een meisje wat Angelita heette betekende extra heling. Verlangend keek ik naar haar bruine, gespierde lichaam, haar prachtige, open gezicht en een parelwitte lach. Angelita woonde hier in Tarifa en in twee weken kon er veel gebeuren, bedacht ik stiekem.

De barbecue was bijna uitgedoofd en in een halve cirkel stonden we om de vuurtjes heen. Iedereen was aan het Spaanse bier. Ik probeerde me te herinneren wanneer ik voor het laatst uit geweest was, maar het lukte niet.

Met een hoofd vol nieuwe indrukken, liep ik licht slingerend naar de boulevard. Het licht in de jeugdherberg was nog aan, en een paar gasten zaten te internetten. Ik liep naar mijn kamer en plofte neer op het bed. Op de grond stond mijn plunjezak. Ik besloot in mijn kleren te slapen. Ik deed mijn horloge af en reikte automatisch naar het rubberen bandje wat ik om mijn andere pols droeg. Ik draaide de tekst naar me toe:
Niet(s) zonder ons, stond daar sierlijk in groene letters.
Inderdaad, en morgen ook niet en de dag daarna ook niet, bedacht ik me. Ik hield het bandje om en viel in een diepe slaap.

Jeroen van Werkhoven

Uw commentaar verschijnt niet automatisch, maar wordt beoordeeld door de redactie…