Aleksandr Panamarenko

7 mrt, 2016 | Humor, Marc | 0 Reacties

Aleksandr Panamarenko wist het nu even niet meer. En dat ‘even’ dreigde al zowat een sabbatical te worden. Aleksandr, de grote Russische

sciencefictionschrijver, had al een half jaar, minstens, geen letter meer aan zijn tekstverwerker toevertrouwd. Hij had al allerlei kladjes geschreven, dat wel. Maar normaal had hij hoogstens een middag nodig om aan het concept van een boek te beginnen. En iedere keer dat hij een vel naar tevredenheid had volgeschreven, typte hij het uit. Alsof er een alien met hem speelde. (hij schreef daar zelden over.) En als hij dat nu wel eens deed, voor een keer. Googlen naar foto’s, zo’n vijfentwintig afdrukken maken. Er waren er altijd wel drie tot zes die hem dan inspireerden. Zijn schrijfkamer was zijn ivoren toren. Er lag dik tapijt, er hingen geluid- en lichtdempende gordijnen. Hij trok zijn een beetje knellende schoenen uit en googelde, nou ja, Bingde, Roswell. Ineens zag hij een gezicht, waar hij van schrok. Sprekend Mariana, een kinderoppas die hem op zijn tiende heftig intrigeerde. Na een paar maanden, toen hij net leuk contact met haar begon te krijgen, verdween ze ineens. Hij koos voor “openen in de website”.

“www.radovan-pavlov.ru photography and art” las hij.

“Lena, artist’s impression of a hybrid between a human and a Grey Lady” en hoorde haar monotone, tikje scherpe, tikje zachte stem weer.

“Sandr, niet zo baldadig, of ik eet je op” en haar theatrale lach daarbij.

Gelukkig had ze dat nooit gedaan. Een paar uur later, na een vreemde droom, zat hij nu al een uur als een bezetene te schrijven…

Marc

Uw commentaar verschijnt niet automatisch, maar wordt beoordeeld door de redactie…